Leunen op Kristel
  1. Blog
  2. Leunen op Kristel

Leunen op Kristel

03-04-2017

Wijkzorg | Het groeiend aantal 75-plussers dat langer thuis woont, valt terug op de wijkverpleegkundige. Haar ster is rijzende, na jaren van bezuinigingen. In deze Week van Zorg en Welzijn noemt Kristel van Aert, 26 jaar, haar beroep 'het allermooiste dat er is'.

JOHAN NEBBELING (ED)

Eenzaam, zoals een op de drie ouderen in Nederland? Dat is mevrouw De Boer (86) niet echt. Ze heeft haar zoon en kleinkinderen. De buurvrouw brengt boodschappen. Evengoed komt ze door haar parkinson het huis amper uit. Soms ziet ze de hele dag niemand. Het bezoek van wijkverpleegkundige Kristel van Aert kleurt dan ook haar dag.

Terwijl Kristel haar voeten en benen wast, nauwgezet een open beenwond verzorgt en haar benen zwachtelt, vertelt mevrouw De Boer honderduit. Over vroeger natuurlijk. Maar ook over de problemen in de familie die zij zich erg aantrekt. Er vloeien tranen.

Kristel kent die verhalen. Mevrouw De Boer is al jaren een van haar vaste cliënten. Toch, terwijl ze gedecideerd haar werk doet, luistert ze belangstellend, stelt vragen, maakt grapjes. Mevrouw De Boer knapt zichtbaar op van die aandacht.

,,Het doet mensen goed als ze hun verhaal kwijt kunnen", zegt Kristel, in de auto op weg naar een volgend adres. ,,Een luisterend oor bieden is óók een belangrijk aspect van dit vak. Eenzaamheid is een groeiend probleem. Het is een taboe, waar mensen niet gemakkelijk over praten. Pas als je de tijd neemt en doorvraagt, geven mensen toe dat ze soms best eenzaam zijn."

Paardenstaarten

Welkom in de wereld van de wijkzorg. In dit geval die in het Bredase stadsdeel Princenhage. Jonge vrouwen met paardenstaarten, van wie Kristel van Aert er een is, bekommeren zich om de kwetsbare wijkbewoners. In alle vroegte verzamelt het wijkteam van zorghulpen, verzorgenden, 'gewone' verpleegkundigen en Kristel zich in het karig ingerichte kantoortje van zorginstelling Careyn aan het nog stille en donkere Monseigneur Nolensplein.

Het is tegen zeven uur 's ochtends als de vrouwen onder onflatteus tl-licht aan een formica vergadertafel de taken voor de komende dag doornemen. Ze bespreken speciale gevallen, wisselen hun diensten en happen tussendoor in een vroege boterham die wordt weggespoeld met automatenkoffie. Daarna zwermen ze uit, de wijk in, hun werkterrein.

Dagelijkse kost voor Kristel. Ze is nog maar 26 jaar en oogt als een naïeve scholiere, maar ze is gepokt en gemazeld in het verpleegvak. Op haar 17de begon ze aan de hbo-opleiding voor verpleegkundige, werkte in een ziekenhuis, maar vond vijf jaar geleden haar bestemming in de wijkverpleging. ,,Het allermooiste beroep", vindt ze.

Zij is de spil van de wijkzorg. Met haar opleiding kan en mag ze complexere zorg verlenen dan de 'gewone' verpleegkundigen en de verzorgenden. Minstens zo belangrijk is dat ze, zoals dat in vakjargon heet, de regie heeft over de zorg. Ze bepaalt wie wat nodig heeft, ze regelt dat cliënten die zorg ook daadwerkelijk krijgen. Ze onderhoudt intensieve contacten met andere zorgverleners, welzijnsinstellingen en mantelzorgers en organiseert voor elke cliënt een vangnet.

Doorsnee

,,Princenhage is een doorsnee woonwijk en dat zie je terug in ons cliëntenbestand", vertelt Kristel, in haar autootje op weg naar haar eerste adres van die morgen. ,,Ouderen, maar ook best veel jongere mensen. Nederlanders, maar ook mensen van buitenlandse afkomst."

Zoals de Poolse meneer met wie ze een intakegesprek voert. Bloedheet is het in de kleine woonkamer. De vervaarlijke hond blijft op Kristels verzoek - 'ik ben doodsbang voor honden' - in de keuken. De man mankeert van alles, maar wat precies blijft ongewis. Hij spreekt amper Nederlands, net als zijn echtgenote. Het gaat beter als zijn 24-jarige zoon, gapend en in zijn pyjama, de trap afdaalt en het gesprek overneemt.

Kristel is open, vrolijk, vriendelijk en meelevend; een vertrouwde vriendin aan wie je, ondanks haar jeugdige voorkomen, gemakkelijk je diepste geheimen toevertrouwt. Maar ze blijft altijd gefocust. Zonder veel omwegen gaat ze op haar doel af: wat mankeert deze man en welke zorg heeft hij nodig? ,,Ik krijg weleens te horen dat ik erg direct ben", zegt ze, en lacht erbij.

Na een half uur moeizaam converseren, na lezing van de brieven van specialisten, medicijnen bekijken en vooral voortdurend doorvragen heeft ze een beeld. Op basis daarvan kan ze een zorgplan maken. Dat doet ze vanmiddag wel, op kantoor. Naast alle andere administratieve klussen, die ongeveer de helft van haar tijd opslokken.

,,De zorgvraag raakt de laatste jaren complexer", vertelt ze, terwijl de straten van Princenhage in de ochtendspits langzaam tot leven komen. ,,Het verzorgingshuis is verdwenen, in een verpleeghuis kom je alleen als je echt niet meer thuis kunt wonen. Meer ouderen blijven dus langer thuis wonen. Zij hebben meer en complexere zorg nodig."

Woonde in 2010 achter elke negende voordeur in Nederland iemand van 75 jaar of ouder, over twee decennia leeft achter elke vijfde voordeur een senior op leeftijd. Intussen groeien de budgetten onvoldoende mee met die ontwikkelingen en heerst er een groot tekort aan gekwalificeerde wijkverpleegkundigen. ,,Veel verpleegkundigen willen niet in de wijk werken, omdat ze denken dat ze daar geen hoogwaardige technische zorg kunnen verlenen. Niets is minder waar. Juist in de wijk krijg je met alle aspecten van het vak te maken."

De ster van de wijkverpleegkundige rijst ook door een andere ontwikkeling: ziekenhuizen ontslaan mensen na een behandeling sneller dan voorheen. Medische ingrepen die tot enkele jaren geleden in het ziekenhuis werden uitgevoerd, zoals specialistische wondzorg, liggen nu op het bordje van het wijkteam. Dat is goedkoper.

,,Omdat wijkverpleegkundigen de enigen zijn met het vereiste opleidingsniveau komt het neer op mijn collega's wijkverpleegkundigen en mij", zegt Kristel. Ze lijdt er niet onder. Dat ze wekelijks veel meer uren maakt dan de 32 waarvoor ze wordt betaald, het zij zo.

Postoel

Aan de rand van Princenhage, in een voormalige boerderij, zit de vrouw des huizes als een dood vogeltje onder een dekentje in haar stoel. Ze heeft te horen gekregen dat ze ongeneeslijk ziek is. Lijkt de vrouw te berusten in haar lot, haar echtgenoot verbergt zijn angst en onzekerheid onder een niet aflatende woordenstroom.

Hij wil, bezweert hij, vóór alles zelf voor zijn echtgenote zorgen. Meestal lukt dat, maar hij is ook al dik in de zeventig en zijn vrouw verzorgen gaat moeilijker. Kan hij dáár nou geen hulp bij krijgen?

Dat kan, zegt Kristel. Ze stelt een glijlaken voor om mevrouw in- en uit bed te krijgen, een postoel voor de toiletgang en uitbreiding van de thuishulp om te kunnen douchen. ,,Zullen we het daar voorlopig bij houden?", vraagt ze. Het echtpaar is tevreden. Kristel ook. ,,Deze mensen redden het voorlopig wel", meent ze. ,,Ze hebben een netwerk van familie, vrienden en buren dat bijspringt. Dat is eigenlijk een ideale situatie."

Is dat er niet, dan probeert Kristel dat netwerk te organiseren. Kunnen buren af en toe een boodschapje doen? Is er misschien een vrijwilliger die wil stofzuigen? ,,Maar ik probeer cliënten ook altijd te stimuleren tot zelfredzaamheid. Hoe actiever je bent, hoe langer je gezond blijft."

Tijd om naar kantoor terug te keren. Een broodje, een bakje koffie en dan achter de computer en de telefoon. Zorgplannen schrijven, urenstaten invullen, administreren, regelen. Niet het leukste deel van haar werk, maar belangrijk. De werkdag zit er nog lang niet op voor Kristel.

In verband met de privacy is de naam van mevrouw De Boer gefingeerd.